Bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan, verwerken of distribueren hebben een grote verantwoordelijkheid op het gebied van brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieubescherming. De opslag van verpakte gevaarlijke stoffen brengt immers verhoogde risico’s met zich mee voor medewerkers, bezoekers, hulpdiensten, gebouwen en de omgeving. Om deze risico’s beheersbaar te maken is de richtlijn PGS 15 (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) opgesteld. Deze richtlijn bevat maatregelen voor de veilige opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en stelt eisen aan onder andere opslagvoorzieningen, brandcompartimentering, blusmiddelen, brandbeheersingsinstallaties en organisatorische maatregelen.
De handreiking “Vastopgestelde brandbeheersings- en brandblussystemen – Toepassing bij opslag van gevaarlijke stoffen volgens PGS 15” ondersteunt organisaties bij het bepalen, ontwerpen, toepassen en beheren van brandbeheersings- en brandblussystemen binnen opslagvoorzieningen voor gevaarlijke stoffen.
PGS 15 is de Nederlandse richtlijn voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en tijdelijke opslagvoorzieningen. De richtlijn bevat maatregelen waarmee risico’s op het gebied van:
worden beheerst.
PGS 15 is van toepassing op onder andere:
Een brand in een opslagvoorziening met gevaarlijke stoffen kan leiden tot:
Om deze gevolgen te beperken stelt PGS 15 afhankelijk van de opgeslagen stoffen eisen aan:
Een brandbeheersingssysteem heeft als doel:
De brand wordt hierbij niet altijd volledig geblust.
Voorbeelden:
Een brandblussysteem heeft als doel:
Voorbeelden:
Niet iedere opslagvoorziening vereist dezelfde beveiliging.
De benodigde maatregelen zijn afhankelijk van:
PGS 15 werkt daarom met verschillende beschermingsniveaus die bepalen welke brandveiligheidsvoorzieningen noodzakelijk zijn.
Wanneer een brandbeveiligingsinstallatie wordt toegepast, is vaak een Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging (UPD) vereist.
In het UPD worden onder andere vastgelegd:
Het uitgangspuntendocument vormt de basis voor ontwerp, aanleg, inspectie en beheer van de brandbeveiligingsinstallatie.
Sprinklers behoren tot de meest toegepaste systemen binnen opslagvoorzieningen.
Voordelen:
Voor opslag van brandbare vloeistoffen kan schuimblussing noodzakelijk zijn.
Voordelen:
Watermist wordt toegepast waar beperkte waterschade gewenst is.
Voordelen:
Worden vooral toegepast in technische ruimten of installaties.
Voordelen:
Steeds vaker wordt thermografie ingezet als aanvullende maatregel.
Hiermee kunnen:
vroegtijdig worden opgespoord voordat brand ontstaat.
Een brandbeveiligingssysteem alleen is niet voldoende.
Ook organisatorische maatregelen blijven essentieel:
PGS 15 stelt daarom niet alleen eisen aan techniek, maar ook aan beheer en organisatie.
Een brandbeveiligingsinstallatie moet aantoonbaar functioneren.
Daarom zijn noodzakelijk:
Een niet onderhouden installatie biedt immers slechts schijnveiligheid.
De moderne PGS 15 werkt steeds meer vanuit scenario’s en risicoanalyse.
Daarbij wordt gekeken naar:
Vanuit deze risicoanalyse worden passende beveiligingsmaatregelen vastgesteld.
Naast de eisen uit PGS 15 blijft de eigenaar of exploitant verantwoordelijk voor een veilige situatie.
Vanuit de zorgplicht moet aantoonbaar worden gemaakt dat:
Bij incidenten wordt steeds vaker gekeken naar wat een organisatie redelijkerwijs had kunnen weten of voorkomen.
Via Certus ondersteunt organisaties bij:
Wij helpen organisaties inzicht te krijgen in de technische, organisatorische en wettelijke eisen rondom de opslag van gevaarlijke stoffen en brandveiligheid.
Wilt u weten of uw opslagvoorziening, brandbeveiligingsinstallatie en beheerprocessen voldoen aan de eisen vanuit PGS 15 en de geldende zorgplicht? Via Certus ondersteunt organisaties bij risico-inventarisaties, brandveiligheidsvraagstukken, technisch beheer en compliance rondom gevaarlijke stoffen.
Bron: PGS 14 – Vastopgestelde brandbeheersings- en brandblussystemen
Brandveiligheid begint niet bij een blussysteem, maar bij inzicht in risico’s, beheer en verantwoordelijkheid.