Menu
Categorie:
Brandveiligheid & inspecties
Datum:
05
-
11
-
2017

PGS 14 Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 14

Bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan, verwerken of distribueren hebben een grote verantwoordelijkheid op het gebied van brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieubescherming. De opslag van verpakte gevaarlijke stoffen brengt immers verhoogde risico’s met zich mee voor medewerkers, bezoekers, hulpdiensten, gebouwen en de omgeving. Om deze risico’s beheersbaar te maken is de richtlijn PGS 15 (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) opgesteld. Deze richtlijn bevat maatregelen voor de veilige opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en stelt eisen aan onder andere opslagvoorzieningen, brandcompartimentering, blusmiddelen, brandbeheersingsinstallaties en organisatorische maatregelen.

De handreiking “Vastopgestelde brandbeheersings- en brandblussystemen – Toepassing bij opslag van gevaarlijke stoffen volgens PGS 15” ondersteunt organisaties bij het bepalen, ontwerpen, toepassen en beheren van brandbeheersings- en brandblussystemen binnen opslagvoorzieningen voor gevaarlijke stoffen.

Wat is PGS 15?

PGS 15 is de Nederlandse richtlijn voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en tijdelijke opslagvoorzieningen. De richtlijn bevat maatregelen waarmee risico’s op het gebied van:

  • Brandveiligheid;
  • Arbeidsveiligheid;
  • Omgevingsveiligheid;
  • Rampenbestrijding;
  • Milieubescherming;

worden beheerst.

PGS 15 is van toepassing op onder andere:

  • ADR-geclassificeerde gevaarlijke stoffen;
  • Verpakte vloeistoffen;
  • Chemische producten;
  • Gewasbeschermingsmiddelen;
  • Biociden;
  • CMR-stoffen;
  • Tijdelijke opslag van gevaarlijke stoffen.

Waarom brandbeheersings- en brandblussystemen?

Een brand in een opslagvoorziening met gevaarlijke stoffen kan leiden tot:

  • Explosies;
  • Giftige rookontwikkeling;
  • Milieuverontreiniging;
  • Grote economische schade;
  • Uitval van bedrijfsprocessen;
  • Risico’s voor hulpdiensten.

Om deze gevolgen te beperken stelt PGS 15 afhankelijk van de opgeslagen stoffen eisen aan:

  • Branddetectie;
  • Brandcompartimentering;
  • Brandbeheersingsinstallaties;
  • Automatische blussystemen;
  • Organisatorische maatregelen;
  • Calamiteitenprocedures.

Verschil tussen brandbeheersing en brandblussing

Brandbeheersingssysteem

Een brandbeheersingssysteem heeft als doel:

  • Brandontwikkeling beheersbaar houden;
  • Uitbreiding van brand beperken;
  • Tijd creëren voor ontruiming;
  • Schade beperken;
  • Hulpdiensten ondersteunen.

De brand wordt hierbij niet altijd volledig geblust.

Voorbeelden:

  • Sprinklerinstallaties;
  • Watermistinstallaties;
  • Rook- en warmteafvoerinstallaties;
  • Compartimentering.

Brandblussysteem

Een brandblussysteem heeft als doel:

  • Een brand automatisch te blussen;
  • Brand volledig te onderdrukken;
  • Escalatie te voorkomen.

Voorbeelden:

  • Schuimblusinstallaties;
  • Gasblusinstallaties;
  • Aerosolblussystemen;
  • Watermistsystemen;
  • Sprinklerinstallaties met blusfunctie.

Wanneer is een brandbeveiligingssysteem verplicht?

Niet iedere opslagvoorziening vereist dezelfde beveiliging.

De benodigde maatregelen zijn afhankelijk van:

  • Hoeveelheid gevaarlijke stoffen;
  • ADR-klasse;
  • Verpakkingsgroep;
  • Brandbaarheid;
  • Opslaghoogte;
  • Gebouwconstructie;
  • Risicoanalyse;
  • Beschermingsniveau.

PGS 15 werkt daarom met verschillende beschermingsniveaus die bepalen welke brandveiligheidsvoorzieningen noodzakelijk zijn.

Uitgangspuntendocument (UPD)

Wanneer een brandbeveiligingsinstallatie wordt toegepast, is vaak een Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging (UPD) vereist.

In het UPD worden onder andere vastgelegd:

  • Risicoanalyse;
  • Beschermingsdoelen;
  • Ontwerpuitgangspunten;
  • Installatie-eisen;
  • Beheer- en onderhoudsafspraken;
  • Inspectievereisten.

Het uitgangspuntendocument vormt de basis voor ontwerp, aanleg, inspectie en beheer van de brandbeveiligingsinstallatie.

Veel voorkomende brandbeveiligingssystemen binnen PGS 15

Sprinklerinstallaties

Sprinklers behoren tot de meest toegepaste systemen binnen opslagvoorzieningen.

Voordelen:

  • Automatische activering;
  • Beheersing van brandontwikkeling;
  • Beperking van brandschade;
  • Hoge betrouwbaarheid.

Schuimblusinstallaties

Voor opslag van brandbare vloeistoffen kan schuimblussing noodzakelijk zijn.

Voordelen:

  • Snelle afdekking van vloeistofbranden;
  • Beperking van dampvorming;
  • Effectief bij ADR-klasse 3 stoffen.

Watermistinstallaties

Watermist wordt toegepast waar beperkte waterschade gewenst is.

Voordelen:

  • Laag waterverbruik;
  • Effectieve koeling;
  • Geschikt voor diverse toepassingen.

Gasblusinstallaties

Worden vooral toegepast in technische ruimten of installaties.

Voordelen:

  • Geen bluswaterschade;
  • Snelle brandonderdrukking.

Thermografische monitoring

Steeds vaker wordt thermografie ingezet als aanvullende maatregel.

Hiermee kunnen:

  • Oververhitting;
  • Slechte elektrische verbindingen;
  • Overbelasting;
  • Beginnende defecten;

vroegtijdig worden opgespoord voordat brand ontstaat.

Organisatorische maatregelen blijven noodzakelijk

Een brandbeveiligingssysteem alleen is niet voldoende.

Ook organisatorische maatregelen blijven essentieel:

  • Instructie van medewerkers;
  • Opleidingen;
  • Calamiteitenprocedures;
  • Onderhoudsplanning;
  • Inspecties;
  • Logboekregistratie;
  • Periodieke controles.

PGS 15 stelt daarom niet alleen eisen aan techniek, maar ook aan beheer en organisatie.

Inspectie en onderhoud

Een brandbeveiligingsinstallatie moet aantoonbaar functioneren.

Daarom zijn noodzakelijk:

  • Periodieke inspecties;
  • Onderhoud volgens voorschriften;
  • Registratie van werkzaamheden;
  • Testen van installaties;
  • Actualisatie van documentatie.

Een niet onderhouden installatie biedt immers slechts schijnveiligheid.

Risicobenadering binnen PGS 15

De moderne PGS 15 werkt steeds meer vanuit scenario’s en risicoanalyse.

Daarbij wordt gekeken naar:

  • Mogelijke incidenten;
  • Kans op optreden;
  • Gevolgen voor mens en milieu;
  • Effectiviteit van maatregelen.

Vanuit deze risicoanalyse worden passende beveiligingsmaatregelen vastgesteld.

Zorgplicht van de eigenaar

Naast de eisen uit PGS 15 blijft de eigenaar of exploitant verantwoordelijk voor een veilige situatie.

Vanuit de zorgplicht moet aantoonbaar worden gemaakt dat:

  • Risico’s zijn geïnventariseerd;
  • Passende maatregelen zijn getroffen;
  • Installaties functioneren;
  • Onderhoud wordt uitgevoerd;
  • Gebruikers voldoende zijn geïnstrueerd.

Bij incidenten wordt steeds vaker gekeken naar wat een organisatie redelijkerwijs had kunnen weten of voorkomen.

Hoe Via Certus kan ondersteunen

Via Certus ondersteunt organisaties bij:

  • PGS 15 vraagstukken;
  • Risico-inventarisaties;
  • Brandveiligheidsadvies;
  • Uitgangspuntendocumenten;
  • Beheer van brandveiligheidsinstallaties;
  • Vastgoeddossiers;
  • Technisch beheer;
  • Zorgplichtvraagstukken;
  • Audits en inspecties.

Wij helpen organisaties inzicht te krijgen in de technische, organisatorische en wettelijke eisen rondom de opslag van gevaarlijke stoffen en brandveiligheid.

Wilt u weten of uw opslagvoorziening, brandbeveiligingsinstallatie en beheerprocessen voldoen aan de eisen vanuit PGS 15 en de geldende zorgplicht? Via Certus ondersteunt organisaties bij risico-inventarisaties, brandveiligheidsvraagstukken, technisch beheer en compliance rondom gevaarlijke stoffen.

Bron: PGS 14 – Vastopgestelde brandbeheersings- en brandblussystemen

Brandveiligheid begint niet bij een blussysteem, maar bij inzicht in risico’s, beheer en verantwoordelijkheid.

Meer artikelen