Keerkleppen zijn kleine onderdelen van een drinkwaterinstallatie, maar vervullen een belangrijke functie. Ze voorkomen dat water vanuit een toestel, installatie of leidingdeel terugstroomt en daarmee het drinkwater kan verontreinigen.
Voor eigenaren en beheerders van collectieve leidingwaterinstallaties roept de controle ervan regelmatig vragen op. Moet iedere keerklep jaarlijks worden gecontroleerd? Wanneer mag een steekproef worden toegepast? Welke keerkleppen moeten altijd in die steekproef zitten? En hoe wordt eigenlijk vastgesteld of een keerklep nog goed functioneert?
Tijd om daar duidelijkheid in te brengen.
Een drinkwaterinstallatie bevat verschillende toestellen en aansluitingen waarbij verontreinigd water terug zou kunnen stromen naar het drinkwater.
Denk bijvoorbeeld aan verwarmingsinstallaties, brandslanghaspels, professionele apparatuur, waterbehandeling, procesinstallaties en andere aangesloten toestellen.
Een passende terugstroombeveiliging voorkomt dat water vanuit zo'n toepassing terug de drinkwaterinstallatie in kan stromen.
Welke beveiliging nodig is, hangt af van het risico van de aangesloten toepassing. Het is daarom niet voldoende om alleen te constateren dát ergens een keerklep aanwezig is. Ook moet worden beoordeeld of het juiste type beveiliging is toegepast.
De eigenaar of exploitant van een leidingwaterinstallatie is verantwoordelijk voor een goed beheer van de installatie.
Voor risicovolle collectieve leidingwaterinstallaties kunnen daarbij beheertaken gelden volgens NEN 1006, de aansluitvoorwaarden van het drinkwaterbedrijf en Waterwerkblad 1.4 G.
Daaronder valt onder andere het periodiek controleren of de juiste toestelbeveiligingen aanwezig zijn en of deze nog goed functioneren.
Goed beheer betekent dus niet alleen een keerklep op de tekening zetten. De beveiliging moet aanwezig, juist toegepast, bereikbaar én functioneel zijn.
Nee, niet zonder meer.
Controleerbare terugstroombeveiligingen, zoals EA- en EC-keerkleppen, moeten in beginsel jaarlijks op goede werking worden gecontroleerd.
Maar bij grote installaties kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van een steekproef.
Daarnaast bestaan er niet-controleerbare keerkleppen. Een belangrijk voorbeeld is de EB-keerklep, zoals deze onder andere in thermostatische mengkranen kan voorkomen. Deze valt buiten de reguliere controlemethoden en moet volgens Waterwerkblad 1.4 G iedere tien jaar worden vervangen.
Het onderscheid tussen controleren en vervangen is dus belangrijk.
Een steekproef mag niet zomaar worden gebruikt omdat het controleren van alle keerkleppen veel werk is.
Voor toepassing van de steekproefregeling moet de leidingwaterinstallatie meer dan 50 controleerbare keerkleppen bevatten.
Daarnaast moeten:
Een installatie met bijvoorbeeld 35 controleerbare keerkleppen kan dus niet simpelweg besluiten er ieder jaar tien te controleren.
Waterwerkblad 1.4 G hanteert hiervoor een vaste systematiek.
Bij een deelpartij van 16 tot en met 150 controleerbare keerkleppen bedraagt de steekproef 13 keerkleppen en is geen enkele fout toegestaan.
Bij 151 tot en met 500 keerkleppen worden 50 keerkleppen gecontroleerd en is maximaal één fout toegestaan.
Bij 501 tot en met 1.200 keerkleppen worden 80 keerkleppen gecontroleerd en zijn maximaal twee fouten toegestaan.
Bij 1.200 tot en met 3.200 keerkleppen bedraagt de steekproef 125 keerkleppen en zijn maximaal drie fouten toegestaan.
Wordt het maximaal toegestane aantal fouten overschreden? Dan moeten alsnog alle betreffende keerkleppen stuk voor stuk worden gecontroleerd.
Bij grotere installaties kan het verstandig zijn de keerkleppen in zogenaamde deelpartijen onder te brengen.
Dat kan wanneer binnen een installatiedeel ten minste 16 controleerbare keerkleppen aanwezig zijn die onder min of meer gelijke omstandigheden worden belast. Denk bijvoorbeeld aan een verdieping met steeds dezelfde sanitaire inrichting.
Daarmee kan de steekproef per deelpartij worden uitgevoerd.
Het voordeel hiervan wordt zichtbaar wanneer de steekproef niet voldoet. Dan hoeft niet automatisch de complete drinkwaterinstallatie te worden gecontroleerd, maar kan de aanvullende controle beperkt blijven tot de betreffende deelpartij.
De gekozen indeling moet uiteraard wel inhoudelijk verdedigbaar zijn en worden vastgelegd.
Ook dit is belangrijk: een steekproef betekent niet dat alle keerkleppen volledig willekeurig gekozen mogen worden.
Bepaalde controleerbare keerkleppen moeten altijd in de steekproef worden opgenomen.
Dit geldt onder andere voor:
De overige keerkleppen worden aselect gekozen.
Deze verplichte keerkleppen tellen wel mee binnen de totale omvang van de steekproef.
Alleen visueel naar een keerklep kijken is geen functionele keerklepcontrole.
Waterwerkblad 1.4 G beschrijft drie methoden:
Bij de controle wordt vastgesteld of de keerklep bij tegendruk daadwerkelijk afsluit en bij normale doorstroming opent.
Bij de beschreven beproeving wordt gekeken of een drukverschil van minimaal 50 kPa gedurende 30 seconden constant blijft.
Blijft het drukverschil in stand, dan is de keerklep lekdicht. Gebeurt dat niet, dan lekt de keerklep en is actie noodzakelijk.
Welke methode kan worden toegepast, hangt onder andere af van het type keerklep, de bereikbaarheid en de aanwezige aansluitingen en afsluiters.
De controle moet daarom door een bekwaam persoon worden uitgevoerd.
EB-keerkleppen vragen bijzondere aandacht.
Deze keerkleppen beschikken niet over de benodigde voorzieningen om ze op dezelfde manier functioneel te controleren. Ze komen bijvoorbeeld voor in thermostatische mengkranen.
Volgens Waterwerkblad 1.4 G moeten deze iedere tien jaar worden vervangen.
Daarom is het belangrijk om niet alleen vast te leggen waar deze keerkleppen zitten, maar ook wanneer ze zijn geplaatst. Zonder die informatie is nauwelijks aantoonbaar wanneer de tienjaarstermijn is bereikt.
Via Certus kijkt bij het beheer daarom breder dan alleen de vraag of een keerklep de functionele test doorstaat.
Een goede controle van een collectieve leidingwaterinstallatie begint met inzicht:
Pas dan ontstaat werkelijk grip op de installatie.
De resultaten van keerklepcontroles moeten worden geregistreerd.
Daarbij is het verstandig minimaal vast te leggen:
Bij toepassing van een steekproef moet bovendien duidelijk zijn hoe de steekproef is samengesteld en welke eventuele deelpartijen zijn gehanteerd.
Voor EB-keerkleppen is registratie van het installatiejaar van belang vanwege de vervangingstermijn.
Een jaarlijkse keerklepcontrole betekent niet automatisch dat de gehele drinkwaterinstallatie aantoonbaar op orde is.
Waterwerkblad 1.4 G behandelt veel meer beheeraspecten, waaronder beveiligingstoestellen, warmtapwaterinstallaties, drukverhogingsinstallaties, brandslanghaspels, waterbehandeling, leidinggebruik en -verversing, temperaturen, legionellapreventie, documentatie en registratie.
Daarom adviseren wij om keerklepcontrole onderdeel te maken van het totale beheer van de collectieve drinkwaterinstallatie.
Via Certus kan de volledige inventarisatie, controle en borging verzorgen of coördineren.
Wij brengen de collectieve drinkwaterinstallatie in kaart, stellen een toestellen- en keerkleppenregister op, beoordelen welke beveiligingen aanwezig moeten zijn, bepalen welke controles noodzakelijk zijn en beoordelen of toepassing van de steekproefregeling mogelijk is.
Vervolgens worden de controles uitgevoerd en worden afwijkingen geregistreerd en opgevolgd.
Zo ontstaat geen los keuringsrapport, maar een actueel beheerdossier waarmee de eigenaar kan aantonen dat de drinkwaterinstallatie structureel wordt beheerd.
Een keerklep plaatsen is één ding. Kunnen aantonen dat de juiste beveiliging aanwezig is én functioneert, is goed drinkwaterbeheer.
Via Certus – focus op zekerheid.