Veiligheidsvoorzieningen zijn alleen effectief wanneer ze daadwerkelijk aanwezig zijn, functioneren en worden onderhouden. In de praktijk komen echter regelmatig situaties voor waarbij voorzieningen wel zichtbaar zijn, maar hun functie niet meer kunnen vervullen. Dit noemen we schijnveiligheid. Schijnveiligheid creëert een vals gevoel van veiligheid bij gebruikers, medewerkers, bezoekers en hulpdiensten, terwijl de daadwerkelijke bescherming ontbreekt.
Vanuit wet- en regelgeving, zorgplicht en aansprakelijkheid kan schijnveiligheid grote gevolgen hebben. Niet alleen bij inspecties door bevoegd gezag, maar vooral wanneer zich daadwerkelijk een incident voordoet. Hieronder worden twee veelvoorkomende voorbeelden uit de praktijk toegelicht.
Veel organisaties investeren in brandveiligheidsvoorzieningen, noodverlichting, ontruimingsinstallaties en andere veiligheidsmaatregelen. Toch zien we in de praktijk regelmatig dat voorzieningen niet meer aanwezig zijn, defect zijn of bewust buiten gebruik worden gesteld zonder passende maatregelen te nemen.
Hierdoor ontstaat schijnveiligheid: de indruk dat een veiligheidsvoorziening aanwezig is, terwijl deze in werkelijkheid geen bescherming meer biedt.
Een veelvoorkomend voorbeeld is een brandblusser die ooit aanwezig was, maar inmiddels is verwijderd of tijdelijk ontbreekt. Het pictogram dat de locatie van de brandblusser aangeeft hangt echter nog steeds op de muur.
Voor bezoekers, medewerkers en hulpdiensten ontstaat hierdoor de verwachting dat op die locatie een brandblusser aanwezig is.
Wanneer tijdens een calamiteit blijkt dat de blusser ontbreekt, kan dit leiden tot:
Dat hangt af van de situatie, maar juridisch kan dit verstrekkende gevolgen hebben.
Vanuit de Arbowet heeft een werkgever een zorgplicht om een veilige werkomgeving te bieden. Ook moeten blusmiddelen bereikbaar, beschikbaar en bruikbaar zijn.
Daarnaast kunnen voorschriften uit:
van toepassing zijn.
Wanneer een ontbrekende brandblusser bijdraagt aan schade of letsel, kan aansprakelijkheid ontstaan.
Het grootste probleem is niet alleen dat de brandblusser ontbreekt, maar dat iedereen denkt dat deze aanwezig is.
Daardoor wordt vertrouwd op een voorziening die niet beschikbaar is op het moment dat deze nodig is.
Een tweede voorbeeld betreft een brandmeld- of ontruimingsinstallatie die bewust niet meer wordt onderhouden vanwege kostenbesparing.
De installatie hangt nog in het gebouw, maar werkt niet meer of functioneert slechts gedeeltelijk.
Voor aanwezigen ontstaat opnieuw de indruk dat er bij brand automatisch een alarm wordt gegeven.
Wanneer de installatie niet functioneert, kunnen de gevolgen ernstig zijn:
Wanneer een ontruimingsinstallatie verplicht aanwezig is op basis van wetgeving, vergunning of gebruiksfunctie van het gebouw, geldt ook een onderhoudsplicht.
Onder andere de volgende regelgeving kan van toepassing zijn:
Een niet-functionerende installatie kan leiden tot:
Het komt regelmatig voor dat een gebouw nog beschikt over een ontruimingsinstallatie die op basis van het huidige gebruik niet langer verplicht is.
In dat geval zijn er feitelijk twee opties:
De installatie blijft onderdeel van het veiligheidsconcept en wordt onderhouden volgens de geldende normen.
Wanneer de installatie niet meer nodig is, moet deze op een gecontroleerde manier buiten gebruik worden gesteld of worden verwijderd.
Belangrijk daarbij is dat geen onduidelijkheid ontstaat over de werking van het systeem.
Een installatie die zichtbaar aanwezig is maar niet functioneert, creëert opnieuw schijnveiligheid.
Wetgeving schrijft niet altijd exact voor welke maatregelen genomen moeten worden. Wel geldt vrijwel altijd een zorgplicht.
Eigenaren, gebruikers en werkgevers moeten kunnen aantonen dat zij redelijkerwijs alles hebben gedaan om risico's te voorkomen.
De rechter kijkt daarbij vaak niet alleen naar wettelijke minimumeisen, maar ook naar:
Daarom is het belangrijk om niet alleen veiligheidsvoorzieningen aanwezig te hebben, maar ook te zorgen dat deze aantoonbaar functioneren.
Veiligheid draait niet om wat zichtbaar aanwezig lijkt te zijn, maar om wat daadwerkelijk werkt wanneer het nodig is.
Controleer daarom regelmatig:
Door periodiek te controleren en afwijkingen direct op te lossen voorkomt u schijnveiligheid en voldoet u beter aan uw zorgplicht.