Een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) vormt de basis van goed arbeidsomstandighedenbeleid. Een veelvoorkomende misvatting is dat een RI&E uitsluitend bestaat uit één algemene inventarisatie van risico's binnen een organisatie. In werkelijkheid is een RI&E pas volledig wanneer ook specifieke risico's en bijzondere doelgroepen voldoende zijn onderzocht. Daarom wordt in veel organisaties gewerkt met een zogenaamde cascadestrategie: eerst een algemene RI&E en vervolgens, indien nodig of wettelijk verplicht, één of meerdere verdiepende RI&E's. Deze aanpak zorgt ervoor dat risico's niet alleen breed worden geïnventariseerd, maar ook diepgaand worden onderzocht waar dat noodzakelijk is.
De Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) is een wettelijk verplicht instrument waarmee werkgevers de risico's binnen hun organisatie in kaart brengen.
Een RI&E bestaat uit:
Het doel is het voorkomen van ongevallen, gezondheidsklachten en beroepsziekten.
Een van de belangrijkste eisen die aan een RI&E wordt gesteld, is volledigheid.
Dat betekent dat alle relevante arbeidsomstandighedenrisico's binnen de organisatie moeten worden beoordeeld.
In de praktijk wordt vaak gestart met een:
Een algemene RI&E brengt alle voorkomende risico's op hoofdlijnen in beeld.
Hierbij wordt gekeken naar onderwerpen zoals:
Deze inventarisatie geeft inzicht in de belangrijkste aandachtspunten binnen de organisatie.
Sommige risico's vragen om een uitgebreider onderzoek.
In dat geval wordt een aanvullende of verdiepende RI&E uitgevoerd.
Een verdiepende RI&E richt zich op één specifiek onderwerp of een specifieke doelgroep.
Hierbij wordt uitgebreider gekeken naar:
Bij de cascadestrategie wordt gewerkt in verschillende stappen.
Uitvoeren van een algemene RI&E.
Signaleren welke onderwerpen nadere aandacht vragen.
Uitvoeren van verdiepende RI&E's voor deze onderwerpen.
Opnemen van aanvullende maatregelen in het plan van aanpak.
Hierdoor ontstaat een volledig beeld van alle relevante risico's binnen de organisatie.
Voor verschillende onderwerpen schrijft het Arbeidsomstandighedenbesluit expliciet voor dat aanvullende risicoanalyses moeten worden uitgevoerd.
Voor medewerkers jonger dan 18 jaar gelden aanvullende verplichtingen vanwege hun beperkte ervaring en verhoogde kwetsbaarheid.
Werkgevers moeten risico's inventariseren die gevolgen kunnen hebben voor zwangerschap of borstvoeding.
Onder PSA vallen onder andere:
Deze risico's moeten afzonderlijk worden beoordeeld.
Wanneer medewerkers werken met gevaarlijke stoffen moet een aanvullende beoordeling plaatsvinden van:
Voor deze stoffen gelden aanvullende registratie- en beoordelingsverplichtingen.
Wanneer asbest aanwezig kan zijn binnen werkzaamheden of gebouwen is een aanvullende inventarisatie verplicht.
Bij werkzaamheden met bacteriën, virussen, schimmels of andere biologische agentia moet een specifieke risicoanalyse worden uitgevoerd.
Werkzaamheden met tillen, trekken, duwen, repeterende bewegingen of ongunstige werkhoudingen vragen vaak om een nadere beoordeling.
Bij langdurig beeldschermwerk moet aandacht worden besteed aan:
Wanneer medewerkers worden blootgesteld aan geluid boven de wettelijke grenswaarden moet een aanvullende beoordeling plaatsvinden.
Bij gebruik van machines of voertuigen kunnen schadelijke trillingen ontstaan die nader onderzocht moeten worden.
Bij werkzaamheden met bijvoorbeeld lasers, UV-straling of andere lichtbronnen kan aanvullende risicoanalyse verplicht zijn.
In bepaalde werkomgevingen kunnen medewerkers worden blootgesteld aan elektromagnetische velden die beoordeeld moeten worden.
Machines, gereedschappen en installaties vragen om een specifieke beoordeling van veiligheidsrisico's.
Werkgevers moeten vaststellen welke PBM's noodzakelijk zijn en of deze adequaat worden gebruikt.
Voor bepaalde sectoren gelden aanvullende verplichtingen.
Voorbeelden zijn:
Bij bouwprojecten moet een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan) worden opgesteld.
Bij bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen gelden aanvullende verplichtingen rondom zware ongevallen.
Voor mijnbouwactiviteiten gelden specifieke aanvullende risicoanalyses.
Niet ieder risico vraagt direct om een afzonderlijke verdiepende RI&E.
Wanneer bijvoorbeeld:
dan kan dit vaak worden meegenomen binnen de algemene RI&E.
Wanneer een onderwerp echter een belangrijke rol speelt binnen de organisatie, is een verdiepende RI&E vaak noodzakelijk.
Niet alle aanvullende onderzoeken hoeven direct te worden uitgevoerd.
Het is wel belangrijk dat in de algemene RI&E wordt vastgelegd:
Wanneer een RI&E toetsingsplichtig is, geldt dit ook voor de aanvullende verdiepende RI&E's.
Pas wanneer zowel de algemene als de noodzakelijke verdiepende onderzoeken zijn uitgevoerd, kan worden gesproken van een volledige RI&E.
Via Certus ondersteunt organisaties bij:
Wij zorgen ervoor dat risico's niet alleen worden geïnventariseerd, maar ook daadwerkelijk beheersbaar worden gemaakt.
Een volledige RI&E biedt organisaties inzicht in alle relevante arbeidsrisico's en vormt de basis voor een veilig en gezond werkklimaat. Door te werken met een algemene RI&E en waar nodig aanvullende verdiepende onderzoeken ontstaat een compleet beeld van de risico's binnen de organisatie en kunnen passende maatregelen worden genomen.
Een RI&E is pas echt waardevol wanneer niet alleen de risico's zichtbaar worden gemaakt, maar ook structureel worden beheerst en geborgd binnen de organisatie.