Water speelt binnen een tandartspraktijk een grotere rol dan veel mensen zich realiseren. Het wordt gebruikt bij sanitaire voorzieningen en handenwasplaatsen, maar ook tijdens de behandeling van patiënten. Juist daardoor verdient waterveiligheid binnen een tandartspraktijk bijzondere aandacht.
Een goed waterbeheer gaat bovendien verder dan af en toe een kraan doorspoelen of periodiek een watermonster laten nemen. Het begint bij inzicht in de installatie, het gebruik, de risico's en de verantwoordelijkheden.
Bij waterbeheer in een tandartspraktijk is het belangrijk om onderscheid te maken tussen twee onderdelen.
Enerzijds is er de collectieve drinkwaterinstallatie van het gebouw. Denk aan koud- en warmwaterleidingen, tappunten, boilers, keerkleppen en weinig gebruikte leidingdelen.
Anderzijds zijn er de tandheelkundige behandelunits met hun eigen waterleidingen en waterkwaliteit.
Beide vragen om beheer, maar niet noodzakelijk om dezelfde maatregelen.
De waterleidingen in tandheelkundige units hebben vaak een kleine diameter. In combinatie met stilstand, omgevingstemperaturen en biofilm kunnen omstandigheden ontstaan waarin micro-organismen zich ontwikkelen.
Tijdens behandelingen kan bovendien aerosolvorming plaatsvinden.
Daarom is de kwaliteit van het water uit een behandelunit niet alleen een technisch beheervraagstuk, maar ook onderdeel van infectiepreventie binnen de praktijk.
Goed beheer vraagt onder andere aandacht voor:
Legionella verdient afzonderlijke aandacht.
Niet iedere tandartspraktijk is automatisch een prioritaire locatie in de zin van de legionellaregelgeving. Dat betekent echter niet dat waterbeheer achterwege kan blijven.
De eigenaar en gebruiker hebben nog steeds te maken met de eisen die aan een deugdelijke drinkwaterinstallatie en veilig gebruik daarvan worden gesteld.
Daarbij moet ook worden gekeken naar de specifieke risico's die het gebruik van een tandartspraktijk met zich meebrengt.
Goed waterbeheer begint daarom niet bij de behandelstoel, maar bij het punt waar het drinkwater het gebouw binnenkomt.
Breng de installatie in kaart.
Waar lopen de koud- en warmwaterleidingen? Welke boilers of warmwatertoestellen zijn aanwezig? Zijn er ongebruikte leidingdelen? Welke tappunten worden weinig gebruikt? Zijn de juiste terugstroombeveiligingen aanwezig? En zijn warm- en koudwaterleidingen zodanig aangelegd dat ongewenste opwarming wordt voorkomen?
Daarna kan worden gekeken naar de aansluiting van de behandelunits.
Ook terugstroombeveiliging is binnen een tandartspraktijk belangrijk.
Een drinkwaterinstallatie moet worden beschermd tegen terugstroming van verontreinigd water. Afhankelijk van het aangesloten toestel en de vloeistofklasse moet daarom een passende beveiliging worden toegepast.
Alleen constateren dat er ergens een keerklep aanwezig is, is niet voldoende.
Er moet worden beoordeeld:
Een tandartspraktijk kent bovendien duidelijke gebruikspatronen.
's Nachts wordt nauwelijks water gebruikt. In het weekend staat een groot gedeelte van de installatie stil en tijdens vakanties kan dat gedurende meerdere weken het geval zijn.
Ook behandelkamers die tijdelijk niet worden gebruikt verdienen aandacht.
Daarom moet het spoelbeleid aansluiten op het daadwerkelijke gebruik van het gebouw.
Een standaard instructie als "we spoelen iedere week" zegt weinig wanneer niet duidelijk is welke tappunten worden gespoeld, waarom dat gebeurt, hoe lang wordt gespoeld en of dit aantoonbaar wordt geregistreerd.
Temperatuur is een belangrijke indicator bij het beoordelen van een drinkwaterinstallatie.
Koud water moet koud blijven en warm water moet voldoende warm worden geproduceerd en gedistribueerd. Onbedoelde opwarming van koudwaterleidingen door nabijgelegen verwarmings- of warmwaterleidingen kan ongewenste omstandigheden veroorzaken.
Daarom is het verstandig om niet alleen temperaturen te meten, maar afwijkingen ook te onderzoeken.
Een te hoge koudwatertemperatuur is geen probleem dat wordt opgelost door de temperatuur alleen in een logboek te noteren.
De oorzaak moet worden gevonden en waar mogelijk worden weggenomen.
Juist bij tandartspraktijken zien we dat verschillende onderdelen vaak bij verschillende partijen zijn ondergebracht.
De installateur onderhoudt de gebouwinstallatie. De leverancier onderhoudt de behandelunits. Een laboratorium voert eventueel analyses uit. De praktijk voert zelf spoel- en desinfectiewerkzaamheden uit.
Maar wie kijkt naar het geheel?
Daarom adviseren wij om het waterbeheer centraal vast te leggen.
Een praktisch waterbeheerplan bevat onder andere:
Dit is misschien wel het belangrijkste uitgangspunt.
Een laboratoriumuitslag is een momentopname.
Wanneer een uitslag goed is, betekent dit niet automatisch dat de installatie structureel goed wordt beheerd. En wanneer een afwijking wordt gevonden, is alleen opnieuw bemonsteren niet voldoende.
De vraag moet altijd zijn: waardoor is de afwijking ontstaan en welke maatregel voorkomt herhaling?
Dat is het verschil tussen controleren en daadwerkelijk beheren.
Via Certus ondersteunt tandartspraktijken bij het organiseren en borgen van waterveiligheid.
Daarbij kijken we naar de gehele keten: van de binnenkomende drinkwateraansluiting en gebouwinstallatie tot de aansluitingen van de behandelunits en de verschillende beheersmaatregelen.
We brengen risico's en verantwoordelijkheden in kaart, beoordelen bestaande documentatie, coördineren waar nodig gespecialiseerde partijen en zorgen dat controles, onderhoud en verbetermaatregelen aantoonbaar worden opgevolgd.
Zo ontstaat geen verzameling losse rapporten, maar één beheersbaar dossier.
Want veilig water in een tandartspraktijk begint niet bij een laboratoriumuitslag. Het begint bij weten hoe uw installatie is opgebouwd, welke risico's aanwezig zijn en kunnen aantonen dat deze structureel worden beheerst.
Via Certus – focus op zekerheid.